SuperWatto posted:dianethx posted:Supporting the troops is vastly different than supporting the war. I wish people would understand that fundamental difference. How so? For the reasons described by nancyallen? How does one normally lend support, save for paying taxes and taking a moral stance?
dianethx posted:Supporting the troops is vastly different than supporting the war. I wish people would understand that fundamental difference.
Weeks earlier, the Democrats had decorated their convention stage in soft colors— salmon, eggshell, and powder blue—for more affecting TV visuals. Seizing on this departure from the classic red-white-and-blue décor, the Republican keynote speaker, Gov. Tom Kean of New Jersey, mocked the Democrats' "pastel patriotism," insisting that it meant they would "weaken America." [George H. W.] Bush, for his part, attacked what he called Dukakis' view of the United States as just "another pleasant country on the U.N. roll call, somewhere between Albania and Zimbabwe." He then led the assembled in the Pledge of Allegiance—a pointed contrast to an ancient Greek oath that Dukakis had included in his own nomination speech and an invidious reference to Dukakis' veto of a mandatory Pledge of Allegiance bill many years before.
Trip posted:SuperWatto posted:How does one normally lend support, save for paying taxes and taking a moral stance? You slap one of these on your car. Duh.
SuperWatto posted:How does one normally lend support, save for paying taxes and taking a moral stance?
DarthBoba posted: Being able to wear my uniform in public without a) being spit on or b) being called a child-murderer is generally something I appreciate at least abit.
LtNOWIS posted:The thing about those magnets is, they're easily and readily available. For people to not get one seems to indicate that they don't respect our troops enough to make the minimal effort involved in getting one. Or that they care more about their kid getting on the honor roll in Middle School or whatever. If you don't put something on your car, people simply won't know that you support the troops and/or America.
LtNOWIS posted:The entire point of bumper stickers is to send a message about the driver or their views. When someone has a "fight autism" magnet but not a yellow ribbon magnet, they are sending a message about their priorities and values. They're saying they care more about some other concern, rather than their nation or its military.
This conjunction of an immense military establishment and a large arms industry is new in the American experience. The total influence — economic, political, even spiritual — is felt in every city, every statehouse, every office of the federal government. We recognize the imperative need for this development. Yet we must not fail to comprehend its grave implications. Our toil, resources and livelihood are all involved; so is the very structure of our society. In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex. The potential for the disastrous rise of misplaced power exists and will persist. We must never let the weight of this combination endanger our liberties or democratic processes. We should take nothing for granted. Only an alert and knowledgeable citizenry can compel the proper meshing of the huge industrial and military machinery of defense with our peaceful methods and goals so that security and liberty may prosper together.
LtNOWIS posted:You can say it should be smaller, or in fewer countries overseas, or take up less money, and that's fine. But it seems another matter to disrespect or wish away the institution that exists to defend the nation, and was so key in its creation, survival, and expansion.
LtNOWIS posted:The entire point of bumper stickers is to send a message about the driver or their views. When someone has a "fight autism" magnet but not a yellow ribbon magnet, they are sending a message about their priorities and values. They're saying they care more about some other concern, rather than their nation or its military. Now, if someone just has a nice clean bumper, it says they simply don't want to mess up their car.
SuperWatto posted:Hey, I speak Dutch. Let's see it.
Article posted:Identiteitscrisis – Crise D'Identité - Identitätskrise Is België een artificieel construct? Wat betekent het om ‘Belg’ te zijn? België Barst! Identiteit is een populair onderwerp, zo blijkt. De kwestie van nationale identiteit ligt dan ook aan de oorsprong van het huidige debat over de toekomst van de Belgische staat. Overal worden we geconfronteerd met vragen rondom het begrip van nationale identiteit en per verlenging, vragen over onze eigen identiteit. Wie zijn we? Want daar draait het natuurlijk ook om. De crisis van het Belgische staatsmodel is, om het even uit een andere hoek te bekijken, op zich een identiteitscrisis. Een bepaalde groep kan zich niet meer identificeren met hun ‘Belgische’ identiteit en meet zich dus een ‘Vlaamse’ aan. Het wordttegenwoordig dan ook moeilijker en moeilijker om zich geen Vlaming te voelen. Ik word dan ook dagelijks om mijn oren geslagen met het feit dat ik een ‘Vlaming’ ben. Van politieke partijen (CD&V, Christen-Democratisch & Vlaams) tot artikels in De Standaard en de Knack, welke mij eindeloos onderhouden over deze of gene ‘Vlaming’ en een myriade aan ‘Vlaamse’ gewoontes en verdiensten. Of dacht u dat de proliferatie van de Vlaming mij ontsnapt was? Zo schiet mij een artikel in De Standaard van enkele dagen terug te binnen, waarin te lezen staat: ‘Dat voorspelt Marc Bresseel, de Vlaming die bij Microsoft Europees verantwoordelijke is voor de verkoop van online-reclameruimte’. (De Standaard 06/02/2008) Hoera! Een Vlaming heeft het gemaakt! Als Europees verantwoordelijke dan nog wel. Waarom echter, dien ik te weten dat Marc Bresseel een Vlaming is? Wat is een Vlaming in de eerste plaats? Volgens de gangbare definitie zijn Vlamingen natuurlijk de ‘Nederlandstaligen’ van België. Maar recent onderzoek heeft dan weer uitgewezen dat een aantal Nederlandstalige Brusselaars zich absoluut niet als Vlaming wensen te omschrijven. Hoewel ze de identiteit opgeplakt krijgen, wensen ze deze zo snel mogelijk te vergeten. Voor hen heeft deze immers negatieve connotaties. Daarbij kunnen we ook noteren dat een gedeelde Vlaamse identiteit evengoed een constructivistisch eerder dan een organisch gegeven is. Dit artikel is echter absoluut geen schotschrift tegen of een pamflet ten voordele van één of andere Belgische “identiteit”. Noch is het een betoog voor Vlaanderen. Ik merk dat nationale identiteit op zich altijd een bewuste of onbewuste keuze is. Loyaliteit tegenover een groep is iets dat men kiest, of men wordt er toe, om het cru te stellen, geïndoctrineerd. Dit kunnen we typeren als een onbewuste keuze. Dat dit geen debat in de periferie is, hoef ik amper er bij te vertellen. Zoals allen onder jullie wel zullen weten, is ‘nationalisme’ in Europa verre van dood, en is het concept van de natiestaat nog lang niet begraven. Ondanks de steeds verdere ‘globalisering’ van onze dagelijkse leefwereld, de enorme mogelijkheden die moderne communicatietechnologie ons verschaffen, blijven nationalisme en de nationale identiteit factoren die nog steeds zwaar doorwegen in de politieke arena. In Frankrijk dweept Sarkozy met de Franse identiteit. Voor uw gemak, als men zich naar zijn webstek dirigeert vindt men onder “Ce que je vous propose” een lijst met 15 punten, waarvan nummer 15 als volgt leest “Fiers d’être français”. En dit gegeven vind een uitdrukking in heel zijn politieke personae. In Nederland zijn de Nederlanders toe aan een heuse identiteitscrisis. Wat betekent het, Nederlander te zijn? Blijkbaar heeft het iets met tulpen en klompen te doen, maar we zijn er nog niet helemaal uit. Over Rusland hoef ik hier niet uit te wijden, het bestaan van een organisatie als Nasji, gestimuleerd vanuit de hoogste echelons van het Kremlin, spreekt boekdelen. Aan de overkant van de plas is het niet beter gesteld, zowel in de Amerikaanse als de Venezolaanse politiek is vendelzwaaien bon ton. Men zouje haast scheef bekijken als je het niet deed. Dit lijkt echter, als we er even bij stilstaan, allemaal een kwestie van identiteit te zijn. Want wat is patriottisme en nationalisme anders dan een gemakkelijke invulling van de vraag ‘wie ben ik’? Door zichzelf te identificeren met de natie, met zijn volk, meet het individu zichzelf een identiteit aan. Deze wordt dan steevast eerst en vooral ingevuld door deze nationaliteit, dit gevoel van behoren, en de zogezegde kwaliteiten die deze nationale identiteit behelst. IMAGINED COMMUNITIES Volgens Benedict Anderson, een eminente auteur op het gebied van nationalisme, wiens boek ‘Imagined communities’ uit 1983 een enorme invloed heeft gehad op de verdere studies op dit gebied, moeten we de natie begrijpen als een ‘ingebeelde gemeenschap’. Het aannemen van een nationale identiteit dwingt het individu immers om zich door een acte van verbeelding te identificeren met een gemeenschap waarvan hij het grootste deel van de leden nooit zal ontmoeten. Hierbij verbeeldt hij zich dat deze anderen een zelfde sociale werkelijkheid kennen en beleven als hijzelf. Hij neemt zelfs aan dat deze tot op een bepaalde hoogte op de zelfde manier denken als hijzelf. Nationaliteit kunnen we misschien het best omschrijven als een identiteit die we onbewust aannemen omdat we ze worden ingelepeld van jongs af aan, maar welke we te weinig in vraag stellen. Als, zoals Sartre stelt, l’existence précède l’essence, dan is een nationalisme slechts een invulling van de eigen identiteit door een gemakkelijke, voorgekauwde identiteit, de nationale. Deze reikt ons een referentiekader aan voor de wereld rondom ons, een referentiekader dat we best niet verder kritisch ontleden. Gezien ik met dit artikel een kanttekening bij onze huidige leefwereld wil maken, dienen we ook het fenomeen taal binnen het nationalisme nader te bekijken. Taal is immers binnen het Vlaamsnationalisme het bindmiddel bij uitstek. In zijn werk maakt Anderson een connectie tussen de popularisering van de gedrukte media en popularisering van de nationale taal, welke dan weer leidt tot het ontstaan van een ingebeelde, verbonden gemeenschap. Welk dialect verheven wordt tot standaardtaal is op zich ook weer een keuze dat voor een groot deel op toeval berust. De standaard voor het Nederlands is op zich dan ook geen gepredestineerde keuze. Net zoals de verspreiding van deze ingebeelde gemeenschap niet op voorhand vast lag. Anderson stelt dat door de verspreiding van de standaardtaal het idee van een ingebeelde gemeenschap zich ook zou verspreiden volgens dezelfde lijnen. Natuurlijk zijn er zeker ernstige bedenkingen die men zich kan maken bij deze thesis van Anderson, maar als we gaan kijken naar de Vlaamse identiteit, is het zeker een interessante opmerking. Het feit dat wij ons allen als ‘Nederlandstalig’ identificeren is een gegeven dat immers enkel mogelijk gemaakt werd door de verspreiding van de gestandaardiseerde vorm van het Nederlands als taal door de verschillende media. Dit is geen autonome ontwikkeling binnen Vlaanderen, maar een gestimuleerde ontwikkeling van boven uit. Net zoals de verspreiding van de Brabantse dialectische invloeden op het ‘Vlaams’ van vandaag voor een groot deel aan het gebruik van dit dialect in de populaire media kan toegeschreven worden, en dus ook de ontwikkeling van een type ‘standaard Vlaams’ hieruit zou kunnen voortvloeien. Deze taalkundige verspreiding voedt zeker in een bepaalde mate het ‘wij’ gevoel onder een deel van de bevolking. Hierbij is het ook wel interessant te vermelden dat M. Billig opmerkt dat “language does not create nationalism, so much as nationalism creates language”. Zonder een Vlaamse beweging waren we hier waarschijnlijk niet eens geraakt. De constructie van de identitaire gemeenschap Vlaanderen is op zich natuurlijk niet de logische uitkomst van één of andere vage historische predestinatie. Om de cursus van Professor R. De Peuter te citeren “...de gemeenschappelijke geschiedenis van de Nederlanden [is] niet het resultaat van een spontaan proces, maar van het optreden van vorsten, van sociale elites, van de religie en krachten in de samenleving die vaak door de factor toeval werden beïnvloed.” Dat Vlaanderen dus geen constant gegeven is, lijkt mij bijna evident. Vanuit een historisch perspectief is dit helemaal geen ‘gegeven’. Limburg en West- Vlaanderen in één land, Limburgers en West-Vlamingen die zichzelf één zelfde nationale identiteit toemeten; vanzelfsprekend is het niet. De geschiedenis van het Vlaamsnationalisme lijkt ook mooi de formule van de historicus Miroslav Hroch voor nationale bewegingen te volgen. Hroch omschreef de evolutie van nationale bewegingen in drie verschillende fasen. Fase A is de ‘ontdekking’ van de nationale cultuur door geleerde elite, leraren, schrijvers, etc. Dit idee verbreidt zich dan eerst geleidelijk binnen de burgerlijke en kleinburgerlijke kringen. Iets wat zeker typerend was voor de vroege Vlaamse beweging. Fase B is een fase van patriottische agitatie. De nationale beweging verliest haar zuivere culturele dimensie en neemt politieke vormen aan. We denken hierbij even, met een gepaste minuut stilte, aan de Frontpartij. In Fase C verwerft de beweging tenslotte een massa-aanhang. De gehele bevolking wordt voor de nationale zaak gemobiliseerd, waarbij het volk zich zogezegd ‘emancipeert’ en afzet tegen de ‘verdrukking’ van de tot dan toe, ‘legitieme’ staat. Het woordje ‘verdrukking’ zou iedereen hier in België wel bekend in de oren moeten klinken. Bij het lezen van de geschiedenis van het Vlaamsnationalisme lijkt het adagium van Joszef Pilsudksi te weerklinken: “Het is de Staat die de naties maakt en niet de naties die de Staat maken”. VLAANDEREN? POURQUOI? De reden voor het succes van het Vlaamsnationalisme en de verspreiding van de Vlaamse nationaliteit die we nu zien, lijkt een reactie op het feit dat het Belgische nationalisme zich absoluut niet op een adequate manier weet te profileren. België staat niet, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten van Amerika, voor een politiek idee of een levenswijze. Zodoende kan België voor velen niet beantwoorden aan de criteria waar ze naar zoeken om een gevoel van saamhorigheid te creëren. Dit gekoppeld aan een inherente angst van velen om zonder identiteit te vallen, maakt de Vlaamse beweging haast tot een logisch gevolg. Het feit dat men tegenwoordig van een Vlaamse identiteit spreekt, gestoeld op een eenheidstaal, betekent enkel de triomf van de linguïstische variant van het nationalisme op de burgerlijke variant van het nationalisme, zoals we dat in sommige andere landen kennen. Voor zij die nu de wenkbrauwen fronsen en antwoorden dat het om beter bestuur gaat en dat identiteit volledig secundair is, wil ik toch nog het volgende citaat uit een artikel van Michel Onfray meegeven: “Que signifient-elles, ajourd’hui, les régions? Le pouvoir politique de potentats installés, plus proches des administrés, donc plus facilement exercés sur le mode mafieux du clientélisme; la mainmisse sur les postes essentiels au profit de complices qui se partagent le gâteau : la manne financière est considérable; la distribution des prébendes aux affidés, ceux qui montrent une allégeance appuyée : pas de compétences, mais un dévouement de sectaire pour le gourou. Disons-le autrement, et de manière paradoxale, les régions offrent l’occasion d’un coup d’État permanent ...” **** THE BORDER Hierbij zou ik graag een pleidooi willen houden om elke vorm nationalisme of patriottisme achter wegen te laten. Om Federico Garcia Lorca aan te halen, “Yo soy español integral y me sería imposible vivir fuera de mis límites geográficos; pero odio al que es español por ser español nada más […]”(1) Hoewel eenieder zich in zekere mate een identiteit krijgt toegeworpen door de cultuur waar hij in opgroeit, is het niet nodig om deze identiteit verder te laten reiken dan de culturele belevenis en de invloed hiervan op de manier waarop men de wereld ervaart. De nood aan een ingebeelde kameraadschap met personen die men toch nooit zal ontmoeten, en die ondanks alles, vaak zelfs meer van je verschillen dan anderen opgegroeid buiten onze politieke grenzen, is een absurditeit. Men kan houden van een regio, zonder daar politieke aspiraties van autonomie bij te halen, gezien deze amper zullen bijdragen tot werkelijke autonomie voor de betrokkenen. Nationale identiteit is een gemakkelijk construct om de wereld te ‘begrijpen’, maar een eerlijke identiteit is het niet. Om te eindigen, een laatste citaat van Onfray: “On aime une région quand on n’a pas envie de voir d’autres paysages à son réveil; […] pas quand on détient les rênes économiques, administratives de ladite région, qu’on chante un seul et même hymne, qu’on se met au garde-àvous sous un unique drapeau. Laissons cela à ceux qui n’aiment pas leur région, mais le pouvoir.” (1) Vertaling: Ik ben integraal Spanjaard en het zou me onmogelijk vallen om buiten mijn geografische limieten te leven, maar ik haat hem die Spanjaard is enkel om Spanjaard te zijn en niets meer...
SuperWatto posted: Why would that be bad? A hundred years ago, the US didn't have a permanent army. Was everybody wrong, then? And why should this be a taboo now?